herfstbomen

Je moet mijn hart aanharken

ik ben een boom met geknakte takken
de blaadjes moeten aangeveegd
mijn haar is dood,
mijn handen hangen,
in de nerven schijnt het donkkerrood.
Je moet mijn hart aanharken
nette paden, met houtsnippers
en aspergevelden. Ik wil glinsteren,
mooi zijn in de ochtendrijp
toonbaar en toegankelijk,
ik wil met je in de tuin wandelen
en dat ik tevreden naar de bomen kijk.

Andere ochtenden

Ik hou van ochtenden
waar niemand iemand anders is
en het elk type weer kan zijn,

ik vraag me af wat er nu anders is
ben jij het
de armen onder de dekens

of de lucht van gebakken boterhammen
ik heb best zin in wentelteefjes

maar ook in sinas, of desnoods bier met chips,
het is nog maar half negen

ik hou van ochtenden
waar alles kan

waar niemand nog heeft bedacht
om commentaar te leveren

het is nog vroeg.

Iedereen

Ze verandert van gedachten
trekt zichzelf aan alsof ze
een kledingstuk is.
Ze zeggen dat ze gek is
maar eigenlijk zit ze gewoon
nergens aan vast, niet zoals anderen,

ze is altijd naakt
als het niet per se niet mag
ze zegt nooit dankjewel of
hoe is het en tot ziens,

ze zei wel gedag
niet met woorden,
maar door er niet te zijn

ze zeggen dat ze gek was
al is dat wat niemand weet
omdat ze zelf deden
wat iedereen al deed.

Zie je wel

Ik zet mijn bril op om te verbloemen
dat ik kleur kan zien
en jij mij
ik luister harde muziek
en maak nooit het afvoerputje schoon
ik ben geen kind en geen mevrouw
ik ben niet per se iemand
ik ben alleen van jou.

Dreiging

Angsten kunnen dreigen
of alleen bedreigend zijn,
ik hou meer van stiltes
en de optie dat er geen keuzes
gemaakt hoeven te worden,
er staan allemaal lege kopjes
en weggeschoven borden
wanneer ga ik die dan afwassen?
Ik wou dat ik alleen maar linkerhanden had
en geen hoofd dat begripvol is,
ik ben niet bang, maar wel om
bang te worden.

Nog nooit

Ik ben nog nooit zo naakt geweest
niet in mijn kleren, of erbuiten,
met de gordijnen open, of dicht.
Er stroomt nu lucht naar binnen
en de kussens zijn blauw.
Ik ben nog nooit zo naakt geweest
niet in mijn beloftes, mijn geheimen.
Ik ben nooit eerder zo geweest
ik kijk, kijk naar wat was
en wie ik mijzelf voorhield.
Ik ben nog nooit zo naakt geweest.

Lees ook: Jij bent geen probleem

Dor

Gras groeit langs de plinten omhoog
ik woel jouw haar van onkruid

we luisteren muziek, waarvan we denken
dat niemand het kent ook al weten we dat
het niet zo is

de ramen staan te ver open
het regent naar binnen
er groeien klaprozen en papavers

ik zaai zand in je ogen
knipper tranen op mijn wangen

wacht,
tot de bloemen in de zon verdrogen.

Lees ook: Het paradijs